Meditaties Meditaties
Worden als een kind!
Wie het koninkrijk van God niet ontvangt als een kind, zal het beslist niet binnengaan! (Markus 10: 15)

Een les
We moeten worden als een kind. Dat is de les die Jezus Zijn discipelen, ons allemaal, op het hart bindt! Een hele opvallende les! Zeg maar gerust: de omgekeerde wereld! Meestal stellen wij vader of moeder, opa of oma aan de kinderen ten voorbeeld en we zeggen: 't is te hopen dat jij later ook zo mag worden!
De omgekeerde wereld! Want als je tiener bent, als je eindelijk niet meer als kind behandeld wordt, dan is het niet leuk te horen dat je moet worden als een kind! Dat wil je nu net niet! De omgekeerde wereld! Want als je kind bent, dan wil je graag groot worden! Net zo groot als….

Een ernstige les!
Let wel: dat zegt Jezus niet vrijblijvend! Dat zegt Hij niet als een vrome wens! Jezus zegt zelfs: wie niet…..! Wie niet wordt als een kind, die zal het koninkrijk van God niet binnengaan! Beslist niet, verzekert Jezus! Daar staat - bij wijze van spreken - de doodstraf op! De eeuwige afwijzing! Het voor altijd buiten moeten blijven! Dat geeft aan deze woorden van Jezus een enorme klem!

Een geschenk
Het klinkt als een gebod. Als iets wat wij moeten doen. Maar ’t is een geschenk. Het is iets wat Jezus geven wil. Niet voor de doeners, niet voor de presteerders is het koninkrijk van God! Het is een gunst. Het is een geschenk. Het word je aangeboden! Jezus zegt: wie het koninkrijk van God niet ontvangt als een kind….

Klein
Wat is nou typerend voor een kind? Mag ik een aantal dingen noemen, in willekeurige volgorde. Een kind is klein. Hij ziet dus tegen een ander op. Hij kijkt niet hoogmoedig vanuit de hoogte neer. Worden als een kind, dat wil zeggen: nederig zijn. Geen hoge dunk hebben van jezelf! De ander hoger, beter, belangrijker achten dan jezelf!

Groot denken van Vader
Een kind denkt groot van zijn vader. Laatst was er een jochie aan het pochen en hij zei tegen z'n vriendje: mijn vader, die heeft ons huis helemaal alleen gebouwd. Mijn vader kan alles! Natuurlijk was dat sterk overdreven. Maar als je in het geloof wordt als een kind en als je dan zegt: mijn God is zo groot, zo sterk en zo machtig, er is niets wat God niet kan! dan is dat geen grootspraak! Want God kun je nooit genoeg prijzen! Aanprijzen!

Onbezorgd
Een kind leeft ook onbezorgd. Hij maakt zich geen zorgen voor de dag van morgen. Het vraagt zich niet af: zou er morgen wel wat te eten zijn? Zou ik morgen wel kleren hebben? Een kind zit daar niet mee! Niet? Nee! Het heeft immers een vader, een moeder die voor hem zorgt! Een vader, een moeder op wie hij kan terugvallen. Elke dag. Vandaag. Morgen. Wat zei Paulus ook al weer? Wees in geen ding bezorgd, omdat u weet: er is een hemelse Vader, Die altijd voor mij zorgt!

Serieus nemen
Een kind neemt de woorden van vader of moeder serieus. Het trekt niet alles in twijfel. Als vader of moeder iets beloven dan zegt een kind toch niet: ik moet het eerst zien! Zou het wel waar zijn? Kijk, zo'n antwoord is echt iets voor ouderen! Of niets soms? Als God ons in Zijn Woord iets zwart op wit belooft, waarom dan die aarzelingen? Die twijfels? Is Hij niet meer te vertrouwen dan een aardse vader?

Vader weet de weg
Weet u wat ook een groot verschil is tussen een kind en een volwassene? Het weet heel vaak de weg niet! Maar: geen probleem! Het legt z’n hand in de hand van vader. Die weet de weg! Een blindelings vertrouwen! Denken wij niet vaak dat God een verkeerde weg inslaat? Als wij door diepe dalen moeten. Als de weg zo donker is. Vandaar het gebed: wil mij als een kind behandelen, dat alleen de weg niet vindt, neem mijn hand in Uwe handen en geleidt mij als Uw kind!

Afhankelijk
Een kind is afhankelijk. In meer dan één opzicht. In het bijzonder als het om geld gaat. Een kind verdient zelf niets. Een kind heeft geen cent. Een kind leeft puur van de verdienste van zijn ouders. Maar daar maakt een kind zich niet bezorgd over. Of ze wel genoeg hebben om te betalen. Dat vertrouwt een kind.
Als wij Gods koninkrijk willen binnengaan, dan zullen we zó moeten worden! Diep afhankelijk! Dan moet je komen als een kind. Met twee lege handen. Zonder angst. Zonder twijfel. In geloof. Jezus' verdiensten, Jezus' kruisverdiensten zijn groot genoeg om voor al mijn zonden volkomen te betalen!

Wanneer we zó worden als een kind, wanneer we zó opnieuw geboren worden, dan klinkt de stem van Jezus:
Want de poorten van Mijn rijk,
staan voor zulken open,
laat ze allen, groot en klein,
bij Mij binnenlopen!

ds. F. Wijnhorst               
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

De kerkwerkbank!
De Geest deelt aan ieder afzonderlijk uit, zoals Hij wil….(1 Kor. 12:11)

Een fabel
Op een avond waren ze samengekomen. Verschillende leden van het lichaam. De voet, de hand, de mond en de tanden. Ze waren boos. Zij moesten werken voor de maag, terwijl de maag zelf niets uitvoerde. Die profiteerde alleen maar van hun arbeid. Ze besloten in opstand te komen. De voet zei: ik zet geen stap meer om voor hem ergens voedsel te halen. De hand zei: ik steek geen vinger meer uit om hem van de hongerdood te bewaren. De mond zei: ik vertik het om me telkens te openen en te sluiten om voor hem eten door te laten. De tanden zeiden: wij weigeren om ook nog maar één korrel brood voor hem te kauwen. Vier stakende leden! Maar na korte tijd begonnen zij zich slap te voelen. Ze kregen pijn. Toen ontdekten ze dat zij het niet konden stellen zonder de maag. Zo op het oog deed hij misschien niets. Maar hij was wel degelijk even belangrijk, even onmisbaar, voor de gezondheid van het hele lichaam als zijzelf!

Het lichaam van de gemeente
Elk lid van het lichaam is belangrijk. Heeft een eigen functie. Geen lid hoeft zich minderwaardig te voelen. Geen lid hoeft zich meer te voelen, op een ander neer te zien, van die ander te denken: daar heb je niets aan, die kan net zo goed worden geamputeerd. De gemeente wordt in de Bijbel vergeleken met een lichaam. Jezus is het hoofd van dat lichaam. De gelovigen zijn de verschillende lichaamsdelen. Je kunt oog zijn, maar ook oor. Een hand, maar ook een voet. Ze zijn allemaal heel verschillend, maar…. ze kunnen niet zonder elkaar. Wat heb je aan een gemeente die alles ziet, maar geen handen heeft om ook daadwerkelijk te helpen? Wat heb je aan een gemeente die alles hoort, maar geen voeten heeft om in beweging te komen?

Uitdelen
Om in dat lichaam oog of oor te kunnen zijn, hand of voet, deelt de Heilige Geest gaven uit! In Korinthe liepen mensen rond die dachten dat zij zo’n beetje alle gaven van de Geest hadden ontvangen. In ieder geval de belangrijkste gaven. Zij behoorden tot de geestelijke elite. Zij keken neer op andere gemeenteleden. Daar gaat Paulus in 1 Korinthe 12 op in. Hij zegt: er is een verscheidenheid aan genadegaven. Laten we daar een dikke streep onder zetten. Genade – gaven! Je hebt ze dus niet verdiend! Genade! Dat in de eerste plaats. ’t Zijn dus geschenken. Gaven! Dat in de tweede plaats. Je hebt het niet van jezelf.

Verscheidenheid
De Heilige Geest heeft niet één gave tot Zijn beschikking die Hij uitdeelt. Of één hele belangrijke. Er is een verscheidenheid aan gaven! Elk gemeentelid heeft wel het één of andere dat speciaal aan hem of haar gegeven is. Welke gaven de Heilige Geest uitdeelt? De één kan vrijmoedig bidden. Een ander hartelijk troosten. Een derde getuigend spreken. Een vierde handig organiseren. De één krijgt ontferming om gastvrij te zijn. Een ander geduld om z’n medemens te verzorgen. Een derde tact om met kinderen om te gaan. Een vierde liefde om aandacht te kunnen geven aan ouderen. Te veel om op te noemen.

Aan ieder
De Geest deelt aan ieder afzonderlijk uit, zoals Hij wil. Niet iedereen krijgt evenveel. Niet iedereen krijgt alles. Wat zouden we onuitstaanbaar worden. Allemaal wat! In de gemeente is geen plaats voor overschatting. Zo van: ik kan het wel alleen! Ik heb de meeste gaven! In de gemeente is geen plaats voor onderschatting. Zo van: ik kan niets. Ik heb geen enkele gave. Voor ons allen geldt: verwaarloos de genadegave niet, die in u is! Waarom heeft de een deze gave en de ander die? Dat is Gods zaak. Dat is Gods wijsheid. Hij heeft een unieke bedoeling met ieders leven. Laat ieder met de gaven van de Geest voor de dag komen! Niet om daarmee met de borst vooruit te lopen. Maar – schrijft Paulus in vers 7 – tot nut voor de ander! Tot profijt van de hele gemeente.

Begaafd zijn we allemaal
Er was een trainer die zei tegen iemand: ik heb 11 voetballers nodig. Die stel ik op. Dat zijn de besten! Ik heb 4 invallers nodig. Die zitten op de reservebank. Die zijn wat minder. Ik hou er eentje over. Dat ben jij. Jij bent de slechtste Je mag naar de tribune. Dat doet de Heilige Geest nooit! De Heilige Geest lijkt meer op die onderwijzer. Die organiseerde een toneelstuk. Die had voor elk kind uit de klas een rol. Alle kinderen liet hij meedoen. Alle kinderen kregen een taak! Begaafd zijn we allemaal!

Niemand is minder, niemand is meer.
Ieder is nodig bij de Heer!

ds. F. Wijnhorst               
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Veelzeggende handen!
En Hij hief Zijn handen op en zegende hen (Luk. 24: 50b)

Afscheid
Had u dat verwacht? Dat Jezus bij Zijn afscheid Zijn volgelingen zegent? Je zou misschien verwacht hebben dat Jezus bij Zijn afscheid nog een keer had gezwaaid. Opgelucht dat alles voorbij is. Zo van: gegroet! Dat was eens maar nooit meer! Of je zou verwacht hebben dat Jezus bij Zijn afscheid nog een keer Zijn vinger opsteekt. Als een terechtwijzing omdat ze Hem in de steek hebben gelaten. Zo van: pas op! Haal dat nooit meer in je hoofd! Of je zou verwacht hebben dat Jezus bij Zijn afscheid nog een keer Zijn vuisten balt. Boos vanwege alles wat Hij heeft meegemaakt. Zo van: wacht maar! Mijn wraak zal zoet zijn! Nee, als Jezus Zijn handen opheft, dan slaat Hij er de hele wereld niet plat mee. En Hij hief Zijn handen op en…. zegende hen!

Over handen gesproken
Zonder een woord te gebruiken, kunnen onze handen veelzeggend zijn. Gebalde vuisten. Wijzende vingers. Verachtelijke gebaren. Een moeder die haar kind teder streelt. Een jongen die z’n meisje liefdevol omhelst. Een vader die z’n zoon een hardhandige uitbrander geeft.
Vooral Jezus’ handen waren veelzeggend! Ze werden doorboord aan het kruis. Vastgenageld. Op dat moment trok de hemelse Vader Zijn handen van Jezus af. Wat was er aan de hand? Had Jezus dan zulke vuile handen gemaakt? Integendeel! Jezus handen waren altijd zegenende handen geweest! Als Jezus mensen ontmoette, dan bleef Hij nooit op een afstand staan, dan sprak Hij ze nooit vanuit de verte toe. Nee, Hij kwam naar hen toe. Hij omarmde ze. Hij legde de handen op hen. Als het over vuile handen gaat, dan kan ik beter kijken naar m’n eigen handen. Die heb ik veel te weinig gevouwen! Die heb ik te weinig over mijn hart gestreken. Die heb ik regelmatig gebald. Daar heb ik boze brieven mee geschreven. Daar heb ik mee nagewezen. Daar heb ik mee geslagen. Vuile handen!

Handen met littekens
Kijk eens naar die handen van Jezus! Doordat Hij ze opheft kun je het heel goed zien! Niet besmeurd, bezoedeld door de zonden! Wel doorboord, geschonden om de zonden! Jezus’ handen, Die zitten vol met littekens. Littekens als gevolg van het kruis. Littekens die Hij had opgelopen toen Hij u en mij wilde redden! Daarom hoeft u ook nooit bang te zijn dat Hij Zijn volgelingen zal vergeten! Alleen al door die littekens zal Hij aan ze blijven denken!
Scheepslui die zie je er heel vaak mee. Een tekening, een naam, onuitwisbaar in de arm gegrift. Getatoeëerd. Als je er later spijt van krijgt, afwassen is niet meer mogelijk! 't Is eens en voor altijd getatoeëerd! Zo is dat ook met Jezus! Hij zal Z'n volgelingen nooit vergeten! Vanwege die littekens! Die zijn blijvend! Die sieren Zijn handen voor eens en voor altijd!

Priesterlijk
En Hij hief Zijn handen op en zegende hen. Die woorden doen ergens aan denken. Die herinneren ons aan een priester. Die deed dat ook. Zegenen. Wanneer deed een priester dat? Op welk tijdstip? Nadat hij het offer in de tempel had gebracht. Eérst het offer. Dán de zegen! Mocht die volgorde ook worden omgekeerd? Beslist niet! Onder geen voorwaarde! Immers, zegenen wil zeggen: Gods hart klopt voor je. God denkt aan je. God is met je.
Maar wie verdiende dat? Toch geen mens?! 't Was verdiend dat God zou vervloeken. En vervloeken is het tegenovergestelde van zegenen.
Hij zegende hen. Dat is geen loos gebaar! Geen wens. Zo in de trant van: Ik hoop dat het jullie goed mag gaan. Mijn zegen heb je! Nee, zegenen dat is bij Jezus een daad! Die zegen is rijk van inhoud! ’t Heeft allereerst alles te maken met vergeving! Kijk goed naar de handen die Jezus opheft. ’t Zijn doorboorde handen. ’t Zijn, om zo te zeggen handen, waar het verzoenend bloed van afdruipt!
Die handen zijn boven de discipelen uitgebreid! Ziet u ze daar staan? Wat hebben zij – vlak voor de kruisiging – niet op hun geweten? Liefdeloosheid! Ontrouw! Maar… kijk…. boven hun leven worden zegenende handen uitgestrekt. Wat is dat machtig! Verzoening! Vergeving! Jezus schenkt het weg aan hen die het zo nodig hebben.

Ga dan heen in vrede!
Die zegen is rijk van inhoud. ’t Heeft ook alles te maken met vernieuwing! Want Jezus is niet alleen de Gekruisigde! Jezus is ook de Opgestane! Kijk goed naar de handen die Jezus opheft. ’t Zijn sterke handen. Machtige handen. ’t Zijn handen die mensen kunnen veranderen.
Die handen zijn boven de discipelen uitgebreid. Ziet u ze daar staan? Waar hebben zij – vlak na de opstanding – niet mee te kampen gehad? Met klein geloof. Met twijfel. Met vrees. En zullen zij straks moeten getuigen? Zullen zij er straks op uit moeten gaan om te leren onderhouden wat Jezus geboden heeft? Zij?! Die zwakkelingen?
Ja maar kijk…. boven hun leven worden zegende handen uitgebreid. Zo ontvangen zij de kracht. Zo ontvangen zij de vrijmoedigheid. Zo ontvangen zij vruchten als liefde, blijdschap, zachtmoedigheid. Zo ontvangen zij een toegewijd leven.
Zullen de discipelen hun hoofden niet gebogen hebben? Uit ootmoed. Met verwondering. Heere, waar hebben wij dat aan verdiend?! Zulke handen boven ons leven?! Zo kunnen zij (en wij!) de olijfberg verlaten. En als reactie op die zegen zeggen:

Amen, amen, amen!
Dat wij niet beschamen
Jezus Christus onze Heer,
amen, God Uw naam ter eer!

ds. F. Wijnhorst               
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

De weggerolde steen!
Toen ze opkeken zagen ze dat de steen weggerold was! Markus 16: 4

Nooit iemand teruggekomen!
Ik zeg maar zo: er is nog nooit iemand teruggekomen! Dat was zijn antwoord! Een groepje jonge mensen. In een openhartig gesprek. Nee, die spontane 18-jarige knul geloofde er niet in! Dat zijn graf eens zou openbreken! Dat zijn lichaam eens zou opstaan! De steen op zijn graf zou het sluitstuk zijn. Letterlijk! Afgesloten! Opgesloten! Voor altijd! Ik zeg maar zo: er is nog nooit iemand teruggekomen!

Verkeersbord
Als ik een kind krijg, dan zet ik op het geboortekaartje een verkeersbord. Hij zei het nogal cynisch, die jonge kerel. Verbaasd keek ik hem aan. Vragend. Een verkeersbord?! Ja, die witte streep! En die rode dwarsbalk! Je begeeft je op een doodlopende weg! Letterlijk! Zeg nou zelf: als je geboren wordt, dan kom je toch op een weg die uitloopt op de dood?! Het graf! Een steen! Einde verhaal!

Een zware gang
Laten we die vrouwen eens volgen. Ze gaan vroeg in de morgen in de richting van het graf van Jezus. Ze hebben wat specerijen bij zich. Dat was zo de gewoonte in die tijd. Dat was het laatste wat je voor een overleden geliefde kon doen. Het graf verzorgen. Het lichaam verzorgen. Met specerijen proberen te voorkomen dat het lichaam al te snel in ontbinding zal overgaan. Een liefdevol gebaar. Dat zeker. Een machteloos gebaar. Dat vooral. Een zware gang!

Hoe moet dat verder?
Hun gang wordt extra verzwaard door een probleem. Voor het graf ligt een grote ronde steen. Die weegt wel honderden kilo's. Die steen krijgen zij nooit van hun leven weg! Soms hoor je iemand wel eens verzuchten: ik zie het niet meer zitten. Ik weet niet hoe het verder moet. Geen uitzicht! Geen doorzicht. Dan liggen er stenen op je weg waar je niet overheen kunt. Waarom krijg ik in mijn leven meer te verwerken dan een ander? Waarom heb ik zoveel zorg? Waarom heb ik zoveel verdriet? Stenen op je weg. Te zwaar voor kleine mensenhanden!

Ga tóch verder!
Neem een voorbeeld aan die vrouwen! Zij lieten zich niet tegenhouden door hun vragen. Door die steen. Ook al zagen zij geen antwoord, ook al wisten ze dat hun kracht tekort zou schieten, toch gingen zij door! En wat een verrassende ontdekking! Toen ze bij het graf kwamen was de steen al weg! Wat bij de mensen onmogelijk is, wat voor ons te zwaar is, zodat je niet verder kunt, dat is mogelijk bij God! Hij rolt de zwaarste stenen weg!

Weggerold!
Dat is de heerlijke boodschap van Pasen! Een open graf! Een weggerolde steen! Jezus was begraven. Zijn vijanden dachten: daar ligt Hij! Die zien we nooit meer terug! Hij is een doodlopende weg ingegaan! Dat hadden ze gedacht! Wat lazen we? God stuurt een engel naar het graf. Niet in het zwart. Niet in rouwkleren. In het wit. In hemelse kledij. En die engel rolt de steen weg! Tussen haakjes…. Vindt u dat geen humor? Hemelse humor? Dat die engel uitgerekend die steen uitkiest als kansel? Hij gaat op die steen zitten. Hij houdt vanaf die steen zijn preek. Een weggerolde steen als preekstoel. Duidelijker kan het niet: de dood is overwonnen!

Je komt eruit!
Je komt eruit! Met die woorden begroeven de eerste christenen hun geliefden! Je komt eruit! Het graf! ’t Is net een wachtkamer. Wachten?! In een graf? Op de begraafplaats? Dat is toch geen plaats om te wachten? Daar spreek je toch niet af om iemand te ontmoeten? Maar Jezus Zelf heeft de afspraak gemaakt! Ik kom! Ik kom terug! Eens als de bazuinen klinken! Dan is het opstaan geblazen! Dan zal óók van mijn lichaam gelden: hij is hier niet! Hij is opgestaan!

Geen steen
Ik denk aan dat meisje dat ziek was. Ernstig ziek. Ze zou gaan sterven. Mams, zei ze, mams, ik wil geen steen op mijn graf. Anders lijkt het net alsof ik er niet meer uit mag! Natuurlijk, je kan als een volwassene reageren! De engelen zien heus wel kans om een steen weg te halen! Kijk maar naar Pasen! Maar je kan zulke opmerkingen ook snel wegslikken. ’t Is immers een prachtige belijdenis! Mams, ik wil geen steen op mijn graf. Ik geloof in de opstanding van mijn lichaam!
 

Eens als de bazuinen klinken!

Als de bazuin klinkt, dan zullen de graven openbreken! Dan hebben stenen niets meer te vertellen. Geen enkele steen. Hoe groot. Hoe zwaar. Dan is het opstaan geblazen. Als Jezus komt, worden alle stenen opgeruimd. Alle stenen?! Nee, er zal één steen overblijven! Eén die niet weg te krijgen is. Op die steen zal het opschrift staan….. hier ligt hij voor eeuwig begraven! De dood!

Als de graven openbreken
en de mensenstroom vangt aan
om de loftrompet te steken
en de hofstad in te gaan:
Heer, laat ons dat niet ontbreken,
want de traagheid grijpt ons aan!

ds. F. Wijnhorst               
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Sterven…..winst?
Het leven is voor mij Christus en het sterven is voor mij winst Fillipenzen. 1: 21

Verlies
Van harte gecondoleerd met dit verlies. Heel veel sterkte toegewenst in dit verlies. Die woorden hoor je nogal eens vallen als het over het sterven gaat. Kinderen verliezen hun vader. Ouders verliezen hun kind.
Sterven èn verliezen, dat zijn twee woorden die bij elkaar schijnen te horen. Daarom kijk je best vreemd op als je Paulus hoort spreken over... sterven en winst! Want, zegt Paulus, sterven betekent heengaan en bij Christus zijn! Dát is verreweg het beste!

Het vonnis
Paulus schrijft dit vanuit de gevangenis. Hij zit vast vanwege zijn geloof. Hij heeft zich inmiddels moeten verantwoorden voor de rechtbank. Hij wacht nu op het vonnis. Zal hij worden vrijgesproken? Of zal hij worden veroordeeld? Eén ding is wel duidelijk: Paulus ligt er niet van wakker. Heel kalm overweegt hij de twee mogelijkheden: vrijgesproken worden, dat betekent dat hij weer volop aan het werk kan gaan in de dienst van God. De andere mogelijkheid: veroordeeld worden, sterven, dat betekent heengaan en bij Christus zijn.

Heengaan
Paulus gebruikt een beeld. Hij denkt aan iemand die met zijn scheepje aan de oever ligt. Die man wil graag naar de overkant van de rivier. Daar woont zijn geliefde. Daar hoort hij thuis. Daarom verlangt hij naar het moment dat hij die touwen mag losmaken. Gaat het hem om de reis? Nee, het gaat hem om het doel van de reis! De overkant! Zijn thuis! Voor de reis zelf huivert hij! 't Is geen pleziertochtje! De golven kunnen zo hoog zijn. De rivier is zo diep. Maar het verlangen naar de overkant, naar huis, is zo groot dat hij er toch naar uitziet om over te varen!

Bij Christus
Paulus verlangt niet naar het sterven! De dood blijft huiveringwekkend. De laatste vijand! Hij verlangt er naar om bij Christus te zijn! Dat verlangen is zó sterk, dat hij - ondanks dat de dood zelf hem benauwt - toch zegt: dát is verreweg het beste! Er zijn voor Paulus twee mogelijkheden. Hij kan worden vrijgesproken of veroordeeld. Voor de gemeente is het beter dat Paulus mag blijven leven. Voor Paulus zelf is het beter dat hij van zijn post mag worden afgelost en heen mag gaan. Paulus kiest niet. Het staat hem gelijk! Als Christus maar wordt grootgemaakt! Komt Christus meer aan Zijn eer als Paulus zijn dienst op aarde voortzet, dan verkiest Paulus te blijven leven! Maar wordt Christus meer verheerlijkt als hij de marteldood sterft, dan wil Paulus niets anders! Als Christus maar verheerlijkt wordt. Hetzij door zijn leven. Hetzij door zijn sterven.

Het leven is mij Christus!
Zijn leven was werken. Haar leven was dienen. Je hoort het soms op een begrafenis. Zó moet je de tekst lezen. Waar Paulus voor leefde? Voor Jezus! Jezus was z'n lust en z'n leven! Het leven is voor mij Christus! Dat klinkt heel persoonlijk! Dat is het ook! Zo'n belijdenis vraagt om een heel persoonlijk geloof. Om een persoonlijke bekering. Het leven is voor mij Christus! Dat is inderdaad een rijk leven! Hoewel, het is geen leven zonder rimpels. Want er kan nog zoveel zijn dat de relatie met Christus verstoort! Twijfel! Klein geloof! Soms zelfs wantrouwen! Wat kan dat je verdrietig maken. Wat kan dat je doen verlangen naar de heerlijkheid! Zou dat misschien de achtergrond zijn van wat Paulus verder nog zegt?! Het leven is voor mij Christus en het sterven is voor mij winst!

Winst!
We moeten Paulus goed begrijpen. Hij is niet levensmoe. Hij hunkert naar Christus! Altijd bij Hem! Pure winst! Paulus gebruikt een woord uit de ruilhandel van die tijd. Je ruilt en je geeft daarbij het minste en je krijgt het beste! Je wordt er beter van! Paulus zegt: als ik sterf, weet je wat ik dan kwijtraak? Al mijn gebreken. Al mijn aanvechtingen. Al mijn zorgen. Al mijn verdriet. Weet je wat ik daar voor terug krijg? Ik mag bij Christus zijn! Voorgoed! Dáár waar nooit meer één fout woord over mijn lippen komt! Dáár waar nooit meer één verkeerde gedachte in mij opkomt! Dáár waar nooit meer één onjuiste daad door mij bedreven wordt! Bij Christus! Paulus weet als hij voorgoed zijn ogen sluit, dan wordt hij er alleen maar beter van!

Winst of verlies?
Sterven.... winst! Zó kun je de dood taxeren als je leven Christus is! Als iemand zegt: het leven is voor mij mijn werk, mijn huis, mijn gezin, mijn vrouw, dan is de dood geen winst! Dan is de dood de grootste schadepost die je kan treffen. Misschien schuift u de gedachte aan de dood liever zo ver mogelijk van u af. Waarom eigenlijk? Is het soms omdat het bootje van uw leven te vastgebonden zit aan de paal van het hier en nu?! Is het soms omdat u niet verlangt naar thuis?! Is het soms omdat Jezus uw leven nog niet is?!

Overvaren
Jezus had ons zó lief dat Hij Zelf alles wilde verliezen. Alles wat Hij had in de hemel en op de aarde. Zelfs Zijn leven. Wat verhindert u om voor Hem door de knieën te gaan?! Om je aan Hem over te geven? Als je dát kunt zeggen: het leven is voor mij Christus, dan kan je het leven aan! Dan kun je de dood onbevreesd onder ogen zien! Dan kan je leven èn sterven met verwachting! Dan weet je: het beste komt nog! Eens! Overvaren! En als u daar tegenop ziet, als u zich afvraagt: zal ik wel aankomen in de veilige haven?! Geef het stuur van uw levensscheepje dan maar over in de handen van Jezus.

Neem Jezus, mijn roer dan maar uit handen,
en laat mij zingend op de voorplecht staan
dan zal mijn schip niet op de rotsen stranden
maar veilig in Uw haven binnengaan!

d.s. F. Wijnhorst
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

De (on)volmaakte gemeente!
... Waar komt dit onkruid vandaan?! Mattheüs 13:24-30

De beste kerk? 
Waarom zijn er zoveel verschillende kerken? Waarom zijn er in de loop der eeuwen zoveel (af)scheidingen geweest? Waarom gaat dat maar door? Er komt geen einde aan! Het lijkt wel een repeterende breuk! Ik vermoed dat al die gelovigen die zich afscheidden van een bestaande kerk het verlangen hadden naar een volmaakte gemeente. Voor alle duidelijkheid: wie zou daar niet naar verlangen? Maar.. komt die er ooit op deze aarde? Kan die ooit aangewezen worden: dat is hem, dé beste kerk?!

Een les van Jezus
Zie je hem daar gaan? Die boer? Hij loopt over z'n akker en hij zaait tarwezaad. ’t Is tarwezaad van de beste kwaliteit. Die boer en zijn personeel verwachten dan ook dat het prima tarwe zal opbrengen.
Maar wat gebeurt er? Terwijl die boer en zijn knechten slapen, komt er iemand die een gruwelijke hekel heeft aan die boer en hij gaat ook zaaien. Hij zaait onkruid. De eerste tijd merkt men niets. Pas wanneer de vruchten komen, dan zie je wat tarwe is en wat onkruid is. De knechten ontdekken het. Zij gaan naar de boer en vragen of hij hun wel goed zaad gegeven heeft. Natuurlijk, zegt de boer. Maar waar komt dat onkruid dan vandaan?

Grote schoonmaak?
Zullen wij alles wat niet op de akker hoort, maar even uitroeien, vragen de knechten. Ze staan te popelen om aan de slag te gaan, Met man en macht willen ze het onkruid te lijf gaan. Want het bederft het werk van hun heer.
Aan de ene kant hoop ik dat u/jij dit herkent. Want het is waar: het onkruid bederft het werk van Christus. Door het evangeliezaad wat gestrooid wordt, komen mensen tot geloof! Verheerlijken ze God. Dat uiten ze in hun leven. Maar door het onkruid wat de duivel rondstrooit, blijven mensen ongelovig. Moeten ze niets van God weten. Dat laten ze zien in hun daden.
Als je zelf door Christus gegrepen bent, laat dat je niet koud. Het kan je pijn doen en benauwen. Dan sta je te trappelen om er iets aan te doen.

Het onkruid
Christus heeft een onverzoenlijke vijand. De duivel zet alles op alles om het werk van Christus te verstoren en om de klad erin te krijgen. Hij zaait het onkruid ’s nachts als alle mensen slapen. Niemand heeft het in de gaten. We merken het pas wanneer het kwaad al geschied is, als de vruchten openbaar komen. Je denkt dat alles goed is, maar intussen ontkiemt in de grond het onkruid al.
Zo gaat dat in gezinnen. Je hebt als ouders je kinderen het goede voorgehouden. Jarenlang leef je in de veronderstelling dat alles in orde is. En dan ineens kom je tot de ontdekking: wat daar groeit is geen tarwe, maar onkruid. Hoe kan dat nu? Dat heb ik toch niet gezaaid?
Zo kan dat in de gemeente gaan. Jarenlang kan het onkruid onherkenbaar zijn. En dan herken je het: links en rechts om je heen. En je vraagt je af: waar komt het toch ineens vandaan?
Nou, het was er al een hele tijd. Lang geleden heeft de duivel het al gezaaid. Meer hoefde hij niet te doen. Het kwam vanzelf wel op.

Risico
Je verwacht niet anders dan dat de boer uit de gelijkenis zal zeggen: natuurlijk kan dat zo niet blijven. Vooruit aan de slag. Maar… hij verbiedt dat!
Wat?! Vindt Christus het onkruid dan niet zo erg? Laat de aanwezigheid van het onkruid Hem uiteindelijk onverschillig? Is Hij zo tolerant, dat Hij vindt ook het onkruid recht van bestaan heeft?
Nee, zo is het niet! Bij Christus is er voor onkruid geen plaats. Straks bij de oogst wordt het verzameld en verbrand.
Dat de boer verbiedt het onkruid uit te trekken vindt zijn motivering in zijn zorg voor de tarwe. Zijn knechten zouden met al hun goede bedoelingen en in hun ijver om de akker zuiver te houden ook de tarwe kunnen schaden.
Christus is bang dat er met het onkruid ook tarwe uitgetrokken zal worden. Dat moet voorkomen worden. Zijn zorg voor de tarwe gaat zover, dat Hij bereid is het onkruid dan maar zolang te verdragen.

Christus’ zorg voor de tarwe.
In de dagen van Jezus waren de Farizeeërs bekende onkruidwieders. Ze wilden Gods akker keurig schoon houden. Zodra ze ergens onkruid meenden te zien, gingen ze er op af en trokken ze het uit. Hoeren. Tollenaars….
Denk aan die Samaritaanse vrouw. Volgens de Farizeeërs een duidelijk geval van onkruid. Ze was een Samaritaanse. En ze woonde samen met iemand die haar man niet was.
Denk aan Paulus in de tijd dat hij de gemeente van Jezus vervolgde. Als dat geen onkruid is, weet ik het niet meer, zou je zeggen. Veronderstel dat hij toen was uitgeroeid?! Wat een schade zou er zijn toegebracht aan de tarwe!
Wij zien aan wat voor ogen is, maar God ziet het hart aan. Bovendien is er verandering mogelijk. Mensen die eerst ‘tot het onkruid behoren’, kunnen later blijken ‘tarwe’ te zijn!
Jezus wil dat niet, dat wieden bij voorbaat! Hij wil niet dat er ook maar één van Zijn kinderen verloren zal gaan!

Laat ons uw koren zijn, o Heer, niet op de wind verwaaien
als kaf, maar groeien U ter eer, tot Gij Uw oogst komt maaien!

F. Wijnhorst, v.d.m.
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Meditatie Jeremia 3:14
Keer terug, ontrouwe kinderen. Ik zal u (aan)nemen,
één uit een stad, twee uit een geslacht!

Kom terug!
God roept Zijn volk op tot bekering. Dat is geen reparatie! Dan wordt je leven opgeknapt, zodat het weer mee kan. Dat is geen restauratie! Dan wordt je leven zoveel mogelijk in de oude staat hersteld. Dat is vernieuwing! Dan wordt je leven totaal anders zodat God weer in het middelpunt staat. Waarom laten we God zo vaak en zo lang wachten? Het hoge woord moet eruit! Zó dat ons hart er onder breekt! Helaas, dát wil vaak bij ons maar niet over de lippen komen! Vader, ik heb U pijn gedaan! Vader, ik heb U vergeten! Vader, ik heb iemand anders, iets anders, meer liefde en aandacht gegeven dan U!
 
Welkom?
Misschien zegt iemand: God zal me zien aankomen! Trouwens, word ik wel geroepen? Heeft Hij mij wel op het oog? Want, Hij zegt er toch iets bij? Eén uit een stad en twee uit een geslacht. Dat kun je bepaald geen royale uitnodiging noemen. Misschien huivert een ander. Het kan toch bijna niet minder?! Wordt door deze woorden de deur van de genade niet bijna op het nachtslot gedaan?!

Verdraaien
Er zijn van die teksten in de Bijbel, die nogal eens uit hun verband worden gerukt. Die teksten gaan dan een eigen leven leiden. Soms wordt een tekst zo verdraaid, dat wij er het tegendeel in horen, van wat God ons zeggen wil! Ik denk aan de satan. Hij is er altijd op uit om de liefde van God te verkleinen. Of in een verkeerd daglicht te stellen. Hij kent deze tekst uit z’n hoofd en citeert hem maar al te graag. Hij praat mensen in de put door te zeggen: zie je wel, het zijn er maar bar weinig die God zal aannemen. Eén uit een stad en twee uit een geslacht! Reken maar niet dat jij daar bij hoort!

Gods bedoeling?
Willen deze woorden zeggen dat God er uit Krabbendijke maar eentje aanneemt? Dat er per gratie twee tot geloof mogen komen uit een godsdienstig geslacht? Toegegeven, het zijn woorden die in onze tijd steeds meer in vervulling gaan. Inderdaad is er in de grote stad soms nog maar één gezin uit een flat of straat die ernst maakt met God. Inderdaad zijn er soms in een hele familiekring nog maar twee die iets kennen van de vreze des Heeren. Maar deze woorden zijn niet bedoeld als een beperking. Zo van: God heeft er maar één of twee op het oog. Deze woorden zijn bedoeld als een verruiming. Zo van: voor God zijn één of twee niet te min!

De deur blijft open!
Wij mensen houden over het algemeen van grote aantallen. Wij raken onder de indruk van het massale. Wij willen graag tellen. Kerkgangers. Catechisanten. Avondmaalsgangers. In ons land worden kerken gesloten als er minder dan 30 of 20 mensen komen. Bij God gaat de deur nooit dicht! Al is het er maar één. Al komen er maar twee. Dat is voor God niet te min! In de hemel wordt niet gewacht met blij te zijn als het getal van de bekeerlingen de moeite waard is. Jezus zegt: - en Hij kan het weten! – “Er is blijdschap in de hemel over één zondaar die zich bekeert!”

Op z’n breedst!
Deze woorden vormen niet het evangelie op z’n smalst, maar op z’n breedst! Stel je voor dat er inderdaad maar één of twee door God geroepen werden. Dan zouden alle anderen kunnen zeggen: ik wilde wel komen, maar het kon niet! Er was er al één! Er waren er al twee! Dan zouden we – wat we stiekem zo graag doen! – God de schuld kunnen geven dat we verloren gaan. Ik wilde wel, maar Hij had mij niet op het oog! Keer terug, ontrouwe kinderen! Al is het er maar één uit een stad of twee uit een geslacht! Dat wil beslist niet zeggen dat God het bij die ene of bij die twee wil laten! Dat wil wel zeggen: God heeft het behoud van de enkeling op het oog! Het is Hem te doen om u persoonlijk! Om jou! Nu is er niemand voor wie het niet kan! Nu is er niemand die bij voorbaat wordt buitengesloten. Laat u door anderen niet tegenhouden! Ook niet binnen de familie! Al zou u de enige zijn! Wat zegt u? Ik wil nog even wachten tot ik mijn man of mijn vrouw ook kan meekrijgen. De tekst maakt duidelijk dat er geen reden is waarom de één op de ander zou wachten! Eén alleen is niet te min! Nú is het de dag van de zaligheid! Hoor Zijn belofte: Ik zal u aannemen! Zal! Daar kunt u van op aan! Dat is zo zeker als twee maal twee vier is! Die belofte is rood ondertekend met Jezus’ bloed! God zegt: wie tot Mij komt, zal Ik nooit wegsturen! God zal nooit zeggen: het aantal is bereikt! Jij bent teveel!

Van harte welkom!
Ik zal u naar Sion brengen. Jeruzalem. Wij mogen misschien wel zeggen: het nieuwe Jeruzalem! Wees maar niet bang, er is daar geen plaatsgebrek. Geen woningnood. In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen! Het wordt een schare die niemand tellen kan! Stel niet uit! Van uitstel komt meestal afstel!

Al kwam er uit een stad slechts één,
die wederkeerde naar de Heere,
of uit een ver geslacht maar twee,
die eindelijk gaven Hem de ere,
God liet hen aan de poort niet staan!
maar nam hen vol ontferming aan!
                       
ds. F. Wijnhorst 
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Handelingen 2:42
Zij volhardden in de leer van de apostelen, in de gemeenschap, in het breken van het brood en in de gebeden.

Een fotoalbum
’t Is altijd weer een aardige bezigheid. Bladeren in je fotoalbum. Je ziet hoe je er vroeger uitzag. Je kan vaststellen of je veel of weinig veranderd bent. Soms zeg je: precies dezelfde! Soms kost het meer moeite om te zien dat het in beide foto’s om één en dezelfde persoon gaat.
Zullen we eens bladeren in het fotoalbum van de kerk? In Handelingen 2 wordt een foto getoond van de pasgeboren christelijke gemeente. Het gevaar is aanwezig dat we zeggen: wat heb je daar nu aan? Zo’n vergeelde foto. Toch… laten we die foto van 2000 jaar geleden maar eens leggen naast een foto van Hervormd Krabbendijke in 2021. Kunt u zien dat het om dezelfde gemeente gaat? Of kost het u moeite? Natuurlijk, een jeugdfoto kan nooit voor 100% gelijk zijn aan een foto van diezelfde persoon op 80-jarige leeftijd. Dat spreekt vanzelf. Het zwarte haar is grijs geworden. Het blozende gezicht heeft rimpels gekregen. Misschien draagt de persoon in kwestie nu een bril. Maar wanneer je met de beste wil van de wereld geen enkele gelijkenis kunt ontdekken, dan is het de vraag of het wel om dezelfde persoon gaat. Want bepaalde trekken, bepaald kenmerken, moet je toch kunnen herkennen.

Zij volhardden….
Dat ene woordje valt op: volhardend. Het was bepaald geen bevlieging. Geen opwelling. Je hebt mensen die een tijdje warm lopen voor de dienst van God. Ze zijn laaiend enthousiast. Maar na kortere of ietwat langere tijd blijft er niets van hun bezieling over. Er staat een punt achter hun geloof. Achter het dienen van God. Die eerste christenen waren volhardend. Hoe konden zij dat? Waren zij super christenen? Nee! Ze waren in zichzelf klein van moed en zwak van krachten. Ze deden het ook niet in eigen kracht. Ze deden het in de kracht van de Heilige Geest, Die hen aanspoorde om te volharden.

…. in de leer van de apostelen
Petrus schrijft in één van zijn brieven: verlang als pasgeboren zuigelingen naar de zuivere melk van het Woord, opdat u daardoor groeit. Een prachtig beeld. Iedereen weet hoe elke pasgeboren baby intens naar melk kan verlangen. Kenmerkend voor die jonge christenen was een geweldige honger naar het Woord van God. Wat is het dieet om te groeien in het geloof? Die eerste christenen lazen de Bijbel als een liefdesbrief. Die lees je niet oppervlakkig. Die lees je stuk. Zo’n dieet is niet makkelijk. Je moet er soms wat voor laten. Die hobby. Dat tv programma. Maar wil je geestelijk niet ondervoed raken, wil je niet schralen in je liefde tot God, in je geloofszekerheid, in je geloofsblijdschap, dan moet je volharden in de leer van de apostelen.

….. in de gemeenschap
Een pasgeboren kind heeft méér nodig dan alleen melk. Ook nestwarmte. Die eerste christenen hingen niet als los zand aan elkaar. Ze zochten elkaar op. Ze hielden elkaar vast. Misschien krijgt u een kleur van schaamte. Gemeenschap. Onderlinge liefde. Hoe vaak gebeurt het niet als dat onderwerp ter tafel komt, dat dan de hoofden worden geschud. Dan moet u één ding niet over het hoofd zien. Ze hadden toen een band met elkaar, omdat ze een band hadden met Christus. Wie klaagt over gebrek aan liefde, die moet beginnen bij het begin. Die moet zelf eerst luisteren naar de indringende vraag van Jezus: jij… heb jij Mij lief?! Gemeenschap betekent niet: voortdurend contact zoeken met mensen met wie je het goed kunt vinden. Gemeenschap dat betekent: elkaar aanvaarden, elkaar liefhebben, omdat Jezus ons allemaal zo uitnemend heeft liefgehad! Achtgeven op elkaar, met dezelfde ogen als Jezus. Om net als Jezus je hart te laten spreken.

… in het breken van het brood
Wat wordt daarmee bedoeld? De één denkt aan de gezamenlijke maaltijden die ze toen in de gemeente hadden. Liefdemaaltijden. De ander denkt aan het Heilig Avondmaal. De meeste denken aan beiden. Want zo’n liefdemaaltijd werd meestal afgesloten met de viering van het Heilig Avondmaal. Het breken van het brood… toen ik dat las, zag ik het weer voor me. Die moeder die haar baby een fruithapje gaf. Naast de melk een extraatje. Een versterkend middel. Bij het Heilig Avondmaal staat de tafel gedekt in het midden van de gemeente. Een hele karige maaltijd. Per gast één stukje onbelegd brood en één slokje wijn. Toch is dat een versterkend middel. Het zijn de tastbare bewijzen van Jezus’ liefde. Hij is voor ons gestorven. Hij is voor ons opgestaan. Hij is ons voorgegaan. Neem, eet, drink, want de weg zou anders te zwaar zijn!

….. in de gebeden
Wat heeft een baby nog meer nodig? Ik denk aan gezonde lucht om te kunnen ademen. Gezonde lucht om te kunnen groeien in het geloof, waar vind je die? In de stilte. In de binnenkamer. U kent de uitdrukking: het gebed is de ademhaling van de ziel. Inademen en  uitademen. Gods kracht en Gods genade inademen. Je zorgen en je zonden uitademen. Zeg nou zelf: onregelmatige ademhaling is toch een bewijs dat er iets niet in orde is. Het kan de duivel niet zo veel schelen als wij van alles en nog wat organiseren. Hij vindt het prima als christenen vechten om bijkomstigheden. Maar o wee als wij volhardend bidden. In de kerk. Op een gebedskring. In de binnenkamer. Dan staat de hel op haar achterste benen. Dan wordt de duivel actief. Waarom? Omdat hij weet: onze God ontfermt Zich op het gebed.

Herkenning?
Daar hebt u de complete foto van de pasgeboren gemeente. Laten we de foto van onze gemeente, van ons leven, er naast leggen. Is het te zien dat het om dezelfde gaat? Of kost dat moeite? Zou het niet kunnen dat deze foto ons tot bekering roept? Terug naar dat begin! Handelingen 2 eindigt met de woorden: en de Heere voegde dagelijks (niet af en toe!) mensen die zalig werden (geen meelopers!) aan de gemeente toe. In die tijd geen afbrokkelende gemeente. Een groeiende gemeente! De oorzaak? De Heere deed het! Dat maakt ons bescheiden. Ootmoedig. Afhankelijk. De Heere deed het! Dat geeft ons vertrouwen. Hoop. Moed. Nog een oorzaak? Ja, er ging toen wat van de gemeente uit. Ze had werfkracht door echt gemeente te zijn!
Eén in de naam van Jezus.
Eén zin en één gemoed.
Eén in ’t geloof der schriften.
Eén in ’t verzoenend bloed.
Eén Vader, Die ons liefheeft.
Eén Zoon, Die stierf aan ’t kruis.
Eén Geest Die leidt door ’t leven.
En straks één vaderhuis.

ds. F. Wijnhorst               
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Meditatie 1 Korinthe 15:7
Daarna is Jezus aan Jakobus verschenen….

Jakobus voor Pasen
Wat weten we van Jakobus, de (half-)broer van Jezus voor Pasen? Niet zo heel veel. In ieder geval: hij heeft niet veel in Jezus gezien. Er staat Jezus' broers geloofden niet in Hem! (Johannes 7: 5) Wie dacht Hij wel dat Hij was?! De Messias? Hij?! Hun eigen broer?! Kom nou! Dat blijkt overduidelijk uit een voorval in Kapernaüm. Jezus doet daar wonderen. (Markus 3: 21) De één na de ander komt tot Hem om genezen te worden. Tenslotte is de rij van wachtende patiënten zo groot dat zelfs het eten er bij inschiet. Als Zijn familieleden dat horen, gaan ze erop af. Ze willen Jezus daar weghalen. Want er wordt door de Schriftgeleerden gezegd dat Hij niet goed bij Zijn verstand is. Stel je voor! Zij zullen er nog een slechte naam door krijgen. Het moet maar eens afgelopen zijn met Zijn fratsen. Dat Jezus bezig is met de dingen van Zijn hemelse Vader, dat zien ze niet. Dat willen ze niet zien. Ongeloof!

Ongelovige kinderen
Dat probleem heeft zich dus ook voorgedaan in het gezin van Jozef en Maria. De zorg om kinderen die niet van Jezus willen weten. Herkenbaar. U hebt uw zoon laten dopen. U hebt uw dochter opgevoed rondom een open Bijbel. U nam ze trouw mee naar de kerk. Maar ondanks dat uw kind zó a.h.w. in de buurt van Jezus is groot geworden, is hij/zij nooit tot persoonlijk geloof in Jezus gekomen. Eén ding wordt wel duidelijk: geloof, dat is geen zaak van bloedverwantschap. Van familierelatie. Al ben je familie van Jezus, je hebt geen streepje voor in het Koninkrijk van God! Niemand kan dat Koninkrijk binnengaan, tenzij hij/zij wederom geboren wordt!

Jakobus met Pasen
Als Jezus sterft en begraven wordt dan is Jakobus in geen velden of wegen te zien. Moeder Maria staat daar alleen, bij het kruis en het graf! Zonder kinderen. Hartverscheurend! Maar…. Jezus heeft Jakobus niet afgeschreven! Wij zouden dat misschien wel hebben gedaan. Er hoeft maar heel weinig te gebeuren, of wij kijken de ander met de nek aan. We willen niets meer met hem te maken hebben. Dan Jezus! Hij laat zelfs Zijn ongelovige broer Jakobus niet vallen! Hij zoekt hem op! Hij praat het uit! Nee, Jakobus heeft Jezus niet opgezocht. Om schuld te belijden. Om zijn ongeloof te belijden. Misschien was hij wel bang voor striemende verwijten. Het initiatief ging van Jezus uit. Door deze ontmoeting komt er een verandering in het leven van Jakobus. Het geloof breekt door. De broer wordt in één keer broeder. Broeder van Jezus. De bloedband tussen Jezus en Jakobus wordt verdiept tot een geestelijke band!

Jezus overwint alles!
Dat is het geheim van de opstanding! De opgestane Heiland heeft door Zijn kracht de dood overwonnen! Maar als Hij de dood kan overwinnen, dan kan Hij toch zeker ook ons ongeloof overwinnen! Onze onverschilligheid. Onze onwil. Niemand hoeft te denken: voor mij kan het niet. Ik kan nooit tot geloof komen. Of…. voor mijn kind kan het niet. Hij/zij zal nooit het hart geven aan de Heere Jezus. Vergeet niet dat het Pasen is geweest! Jezus leeft! Voor Hem bestaan er geen hopeloze gevallen!

Jakobus na Pasen
Vlak na de hemelvaart is Jakobus te vinden in de kring van Jezus' volgelingen. Ze zijn bijeen in een bovenzaal. Ze bidden eendrachtig om de uitstorting van de Heilige Geest. En wat staat er dan op de presentielijst? Deze allen – en dan volgen de namen van de 11 discipelen – waren daar en Maria, de moeder van Jezus en…… Jezus' broers! (Handelingen 1: 14)
Blijkbaar heeft Jakobus, na die ontmoeting met Jezus, zich aangesloten bij de andere volgelingen van Jezus. Dat spreekt toch vanzelf?! Als we Jezus lief krijgen, dan krijgen we ook de gelovigen lief. Wie Jezus toebehoort, die wil graag bij Zijn gemeente horen. Christus en de Zijnen zijn nu eenmaal aan elkaar verbonden. Onlosmakelijk. Zoals het hoofd aan het lichaam!

Een volgeling van Jezus
Wat blijkt uit het Bijbelboek Handelingen? Dat Jakobus één van de geestelijke leiders is geworden van de eerste christengemeente. Een man van gezag, naar wie wordt geluisterd. Trouwens... Jakobus heeft ook een brief in de Bijbel op zijn naam staan. Ook uit die brief blijkt hoe de verhouding tussen Jakobus en Jezus is geworden na de opstanding. Hij stelt zich voor als dienstknecht van God en de Heere Jezus Christus! Dienstknecht! Moet u zich voorstellen! Iemand die aanvankelijk niets in Jezus zag, die zegt nu: Hij is mijn Meester! Ik ben Zijn dienstknecht! Zó is het bij Jakobus geworden na Pasen! Hij gaat niet meer zijn eigen gang. De wil van Jezus stempelt zijn doen en laten. De wil van Jezus bepaalt heel zijn leven!

Een drieluik
Zullen we, voordat we het drieluik sluiten er nog één blik op werpen? Want we stonden er niet voor om er als een toeschouwer naar te kijken. Op een afstand. Vrijblijvend. Als u er goed naar kijkt, dan ziet u iets heel wonderlijks gebeuren. Van dat middelste paneel stapt ineens Iemand van dat doek af. Jezus! Hij gaat voor u staan. Een heel persoonlijke ontmoeting! Hij zegt: toe, geef Mij jouw hart!

M'n kind geef Mij je hart
- de sleutel van je leven -!
Toe, maak een nieuwe start...
Ik zal je leiding geven.

ds. F. Wijnhorst
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Meditatie Johannes 19:18
Daar kruisigden ze Hem en met Hem twee anderen, aan elke kant één, en Jezus in in midden.

Geluk
Verlangt u naar geluk? Zou een beetje succes welkom zijn? Dan heb ik goed nieuws voor u! Het stond in een reclamefolder! Het kost u zo’n dertig euro. Een magisch blauw kruis. Als je dat kruisje draagt, toegegeven, het ziet er heel decoratief uit, dan zal het je heel veel geluk brengen. U wilt weten van welk bedrijf die reclamefolder was? Wat het bestelnummer van dat kruisje is? Nou, daar kunt u lang op wachten, want van mij krijgt u het niet! Waarom niet? Omdat ik geen greintje geloof hecht aan dat verhaal! Dat magische blauwe kruis maakt u alleen maar zo’n dertig euro armer! Geluk? Succes?
Wie wil dat niet! Maar je maakt mij niet wijs dat dát in zo’n kruisje verborgen zit!

Aanbod
Dan heb ik een heel ander aanbod voor u! Een heel ander kruis. ’t Stond op die heuvel daarginds! Eerlijk is eerlijk: ‘t is bepaald niet decoratief. ’t Is maar van gewoon hout. Ruw hout. Maar… je kunt erop vertrouwen! Het geeft écht geluk! Wat dat moet kosten, dát kruis? Het is niet te koop! Je kunt het krijgen. Het is gratis! Maar… het werkt alleen als je het aan je hart drukt. Als je gedenkt hoe Jezus daaraan gehangen heeft!

Weg met Hem!
In gedachten zien we Hem gaan. Jezus. Hij wordt eruit gezet! Uit Jeruzalem! Uit de stad waar Zijn Vader woont. Uit de stad waar het huis van Zijn Vader staat! Duizenden pelgrims hebben, toen ze in optocht naar Jeruzalem gingen, gezongen: Jeruzalem, dat ik bemin, wij treden uwe poorten in… Maar Jezus moet eruit! In Jeruzalem, in de stad waar Zijn Vader woont, in de stad waar het huis van Zijn Vader staat, is voor Hem geen plaats! In gedachten zien we Hem gaan. Jezus. Op weg naar die heuvel daarginds….. Daar kruisigden ze Hem! En aan elke zijde ook nog eentje.

Zijn escorte?
Wie dat zijn, die twee anderen? Dat zijn zeker twee van Zijn trouwste discipelen? Zijn ere-escorte? Nee! Het zijn twee moordenaars! Sommigen denken dat Pilatus dat zó heeft bedacht. Om de Joden belachelijk te maken! Hij is toch de Koning der Joden?! Moet je kijken tussen wie Hij hangt! Dat is Zijn gevolg! Zijn hofhouding! Anderen denken dat de Schriftgeleerden dat zó hebben bedisseld. Om Jezus een trap na te geven. Hij is toch een Vriend van zondaren?! Moet je kijken tussen wie Hij hangt! Soort zoekt soort. Waar je mee omgaat, daar word je mee geëerd. Moeten we vooral niet zeggen: zó heeft God heeft gewild! Opdat vervuld zou worden wat Jesaja al zei. Hij is onder de overtreders geteld. (53: 12)

In het midden
Op die heuvel daarginds hangt Jezus in het midden en die twee moordenaars, aan elke zijde één. Nee, ’t is bepaald niet het gezelschap dat wij graag zoeken! Wie gaat regelmatig op visite bij een moordenaar? Daar voelen wij ons te fatsoenlijk voor! Dat is onze stand niet! Toch… die twee hangen er op Golgotha maar niet wat bij. Alsof zij er niet toe doen! Zij hangen daar om te laten zien voor wie Jezus gekomen is. Voor wie Hij geleefd heeft. Voor wie Hij straks zal sterven! Toen Jezus geboren werd, kwamen er herders op geboortebezoek. Mensen die niet mee telden. Tijdens Zijn leven dineerde Jezus niet met de burgemeester van Jeruzalem. Hij ging om met lichte vrouwen en zware jongens! En nu… Kijkt Jezus naar links of rechts, dan ziet Hij iemand die door anderen met de nek werd aangekeken. Een gevallen mens! En diep gevallen mens! In dát gezelschap is Jezus op Z’n plaats!

Links van Jezus
Op die heuvel daarginds scheiden zich de wegen! Die twee hangen niet alleen links en rechts. Ze gaan ook links en rechts. Wat blijft dat altijd weer aangrijpend. Jezus hangt in het midden! Zijn beide armen wijd uitgebreid. Alsof Hij Zijn beide metgezellen de hand wil reiken. Alsof Hij Zijn beide metgezellen bijeen wil vergaderen. Maar die ene, links van Jezus, verhardt zich. Hij slaat, om zo te zeggen, de uitgestoken hand van Jezus weg! Wat houdt hem buiten de hemel? Z’n zonden? Hij is immers een moordenaar? Nee! Z’n onverschilligheid. Z’n ongeloof. Zo is het een wrak op het strand, een baken in zee! Voor u. Voor mij!

Rechts van Jezus
Die andere, rechts van Jezus, geeft zich over. Hij gaat, om zo te zeggen, voor Jezus door de knieën! Hij stamelt: het kruis, de straf, de doodstraf is in mijn geval terecht. Nou en?! Hij draagt toch geen magisch blauw kruis? Dat zou geluk brengen! Dat zou – om zo te zeggen – alle deuren van de wereld openen. Maar wat heeft hij daar op dit moment aan? Nou even en hij blaast z’n laatste adem uit! Dan dat ruwhouten kruis! Dát opent de poorten van het paradijs! Dankzij Jezus die daar aan dát kruis hangt, zal je gelukkig zijn! Nu! En voor eeuwig!

De Middelaar
Op die heuvel daarginds hing Jezus in het midden! Ook in het midden tussen God en mensen! De Middelaar! De Bemiddelaar! Die hemel en aarde verenigt tesaam! Jezus in het midden. Hét middelpunt! Die plaats wil Hij ook hebben in ons leven. In ons hart. Verlangt u naar geluk? Echt geluk? Klem u dan aan Golgotha ’s kruis! Daar waar Jezus Zijn leven gaf tot verzoening voor al uw zonden!

Dat kruis droeg mijn straf,
nam de schuld van mij,
’t werd de toegang voor mij tot Gods troon!

ds. F. Wijnhorst
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Meditatie Romeinen 8:26
Evenzo komt ook de Geest onze zwakheden te hulp,
want wij weten niet wat wij bidden zullen zoals het behoort.

Hulpbehoevend
Vindt u bidden moeilijk? Daar hoeft u zich niet voor te schamen. Neem Paulus. Hij staat bepaald niet in de kinderschoenen van het geloof. Maar hij slaat zichzelf niet op de borst. Hij pocht niet over zijn bekwaamheden. Integendeel. Hij heeft het over ‘zwakheden’. Hij is tot geloof gekomen! Hij heeft Jezus leren kennen! Hij is gered, voor eens en voor altijd! Maar hij is bepaald geen gearriveerde christen die de schaapjes op het droge heeft. Hij blijft hulpbehoevend! Op welk punt? Paulus spitst het in dit geval op één punt toe. Op het punt van het gebed.

Onbekwaam
Laten we goed luisteren wat er staat. Paulus zegt niet: wij weten niet precies hoe wij zullen bidden. Helaas is dat wel waar. We bidden vaak nonchalant. Onzorgvuldig. Ongepast. Paulus zegt ook niet: wij weten vaak niet wat we bidden zullen. Ook dat is wel waar. In tijden van geestelijke inzinking. Van lauwheid. Van onverschilligheid. Tijdens zulke momenten bidden we misschien nog wel. We zeggen wat. Maar het komt niet uit ons hart. Paulus zegt het heel absoluut: Bidden zoals het behoort?! Daar brengen wij gewoonweg niets van terecht!

Inclusief mijzelf
Dat komt niet zo makkelijk over onze lippen! Wij menen het vaak juist zo goed te weten. Paulus kan er over mee praten. Vroeger wist hij alles! Hij dacht dat zijn gebed klonk als een klok! Sinds hij Jezus heeft leren kennen, heeft ‘ie het afgeleerd om hoog van de toren te blazen. Wij weten niet! Hij zegt niet: jullie, christenen in Rome, jullie weten niet. Jullie moeten het abc van het gebed nog onder de knie zien te krijgen. Jullie moeten nodig een Alpha cursus over het gebed gaan volgen. Paulus sluit zichzelf erbij in. Wij weten niet wat wij bidden zullen zoals het behoort.

Hopeloos?
Als je je eigen gebedslevens onder de loep legt, dan kan je je alleen maar schamen! Wat onbeholpen! Wat oppervlakkig! Wat vergeetachtig! Wij weten niet wat goed voor ons is! Je bidt om welvaart, maar is dat wel een zegen die je dichter bij God brengt?! Je bidt om een partner, maar is dat wel Gods bedoeling met jouw leven?! Wij proberen vaak God voor ons karretje te spannen. Bidden, zoals het behoort, dat is super moeilijk! Dat is onmogelijk! Maar als ons bidden dan toch niet deugt, zullen we er vandaag dan maar een punt achter zetten? Is dat de bedoeling van onze tekst? Natuurlijk niet!

Een machtige Hulp!
Paulus spoort ons aan om het van de Heilige Geest te verwachten! Hij is dé Gebedshulp bij uitstek!! De Heilige Geest lijkt sprekend op die moeder. Ze leert haar kleine peuter lopen. Hoe doet ze dat? Ze zet dat jochie niet op de grond. Hij zou gelijk omvallen. Ze pakt hem onder z’n okseltjes vast. Ze tilt hem op. Zowaar, het jochie staat met z’n voetjes op de grond. Hij tilt z’n kleine pootjes op. Hij zet z’n eerste, kleine, kromme pasjes. Doet ‘ie dat zelf? Welnee, hij wordt geholpen, gedragen door z’n moeder. Toegegeven, er komt een moment dat hij geen hulp meer nodig heeft. Dat is bij ons bidden anders. Wij blijven op de Heilige Geest aangewezen. Levenslang! U vindt dat hopelijk toch niet teleurstellend?! Deprimerend?! Dit is juist enorm bevrijdend! Wij hoeven niet krampachtig zo goed mogelijk te bidden! Wij hoeven niet geforceerd ons gebed voor God aanvaardbaar te maken. De Geest komt ons in onze zwakheden te hulp! Altijd!

Mag Ik u voorgaan?
Zullen we samen bidden? Hoe vaak zeg je dat niet als dominee? In de kerk. Bij mensen thuis. Dan ga je voor in het gebed. In de hoop dat de anderen echt meebidden! Maar ook een dominee moet zeggen: ik weet niet te bidden zoals het behoort. Zullen we samen bidden? Er is er Eén, Die het altijd wel kan zoals het behoort. De Heilige Geest! Kleine kinderen leer je bidden. Je zegt het gebed vóór! Je doet dat met enorm veel geduld. Zo leert de Heilige Geest ons bidden. Hij legt ons de woorden in de mond. In het hart. Misschien ben je bang dat je gebed bij God als gebrabbel in de oren zal klinken. Vrees niet! Onze armzalige klanken vertaalt de Geest zo dat ze God als muziek in de oren klinken! Zo wordt het een gebed zoals het behoort. Naar Gods bedoeling. Waar God met vreugde naar hoort!
Vader, met geheven handen,
breng ik U mijn dank en eer!
’t Is Uw Geest, die mij doet bidden,
Lof, aanbidding, onze Heer!

ds. F. Wijnhorst               
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Meditatie Lukas 1:13
Uw gebed is verhoord

Horen…..   
Wilt u ons horen èn verhoren. In Jezus naam. Amen. Ik moet denken aan die man, die als hij hardop bad, altijd eindigde met dat zinnetje. Eigenlijk zijn dat twee dingen. Horen. En verhoren. Luisteren èn reageren. Maar als God één ding zou doen, als God alleen maar zou luisteren, dan is dat toch al geweldig?! Helaas staan we daar weinig bij stil. Het gaat bij ons vaak alleen om de verhoring. Om de reactie. Om Gods antwoord. Dat vinden wij het belangrijkste. Maar als God horen wil, naar wat ik op m'n hart heb, dan is dat toch al een grote zegen?! Horen…. luisteren…. naar mij…. Mensen doen dat vaak niet! Ze hebben geen belangstelling. Ze hebben totaal geen tijd. Ze zijn mijn verhaal beu. Horen…. tijd nemen voor mijn gebed…. aandacht schenken aan wat ik op m'n hart heb… als God dat wil doen, dan is dat een grote zegen!

…. en verhoren
Toch: horen èn verhoren! Want je wilt toch ook een reactie! De vervulling van je gebed! En als dat nou niet gebeurt? Geen verhoring! Wat dan? Denk dan aan Jezus! Jezus heeft dat ook ervaren! Geen verhoring! Hij bad, in de hof van Gethsémané, toen hij ter dood veroordeeld zou worden, toen hij aan het kruis geslagen zou worden: Vader, als het mogelijk is, laat dit aan Mij voorbijgaan! Dat vroeg Hij! Maar die wens werd niet vervuld. Geen verhoring! Hij moest wel sterven aan het kruis! Toch.... en het is goed om daar oog voor te krijgen: Jezus' wens werd dan niet vervuld. Maar een andere wens wel. Gods wens! Is dat niet enorm belangrijk! Als je eigen wens niet in vervulling gaat, geen verhoring, dan hoef je niet teleurgesteld te zijn. Want dat wil niet zeggen dat er niets gebeurt! Er gebeurt wel degelijk wat! Gods wens gaat in vervulling! Gods wens die heilig is en goed! Een onverhoord gebed is niet iets negatiefs. Een onverhoord gebed is iets positiefs. Gods wens gaat door! Houd dat vast! Ziende op Jezus!

Gebedsverhindering
Van Zacharias en Elisabeth lezen we dat ze een goede verhouding hadden tot God en tot elkaar. Dat kwam vooral tot uitdrukking in het gebed! Petrus schrijft dat de verhouding tussen man en vrouw goed moet zijn opdat de gebeden niet worden belemmerd! (1 Petr. 3:7) Als de verhouding tot elkaar niet goed is, als je boos bent, als je niet kunt vergeven, als je met een hart vol wrevel en ergernis rondloopt, dan kan je niet bidden! Natuurlijk, je kunt je handen wel vouwen! Natuurlijk, je kunt je knieën wel buigen! Maar je kunt niet oprecht bidden!

Overgave
Zacharias en Elisabeth hadden geen kinderen. Ongetwijfeld zullen ze er dikwijls om gebeden hebben. Maar de verhoring blijft uit. Er werd geen kinderstem gehoord. Toch zeiden Zacharias en Elisabeth God niet vaarwel. Ze bleven bidden. Ze hadden een binnenkamer waar ze alles met God bespraken. Daar werden alle geheimen van hun hart met God gedeeld. De verlangens. Het verdriet. Daar werd op den duur ook gevraagd om overgave. Want toen er geen kind kwam, toen het niet meer mogelijk was, er staat: Elisabeth was onvruchtbaar, er staat ook: ze waren beide op hoge leeftijd gekomen, toen zullen ze ongetwijfeld hebben gebeden om overgave. Je hebt mensen die zich passief neerleggen bij het onvermijdelijke. Ze zeggen: nou ja, het zijn geen mensen die je het aandoen. Ze berusten. Passief. Handen over elkaar. Ik denk dat Zacharias en Elisabeth het actief bij God hebben gebracht. Ze hebben biddend in vertrouwen gezegd: wat God doet dat is welgedaan, Zijn wil is wijs en heilig! Ze gaven het over. Actief. Gevouwen handen.

Toch verhoord
Maar wat gebeurt er? Als zij het gebed om de kinderzegen hebben moeten staken. Je moet tenslotte nuchter zijn. Wat krijgen ze uitgerekend op dat moment te horen? Uw gebed is verhoord! Een wens, een vraag, een gebed is niet terzijde gelegd als er geen antwoord komt! Alleen de verhoring vindt plaats op Gods tijd en wijze! Misschien zijn we zelf al die gebeden inmiddels vergeten. God niet! God heeft een geweldig sterk geheugen! Uw gebed is verhoord! Want, God kan oneindig veel meer doen dan wij ooit denken of bidden. (Efeze 3: 20) Zij dachten: wij zijn oud. Volgens de natuur kan het niet meer. Maar volgens God kon het wel. En… hun zoon zou niet zomaar de eerste de beste zijn. Hij zou een unieke taak krijgen. Hij zou de heraut zijn van de Messias. God geeft meer! Wij bidden vaak om zilver. En wat doet God? God geeft ons goud!

Leerschool van het gebed
Het gaat er om dat wij leren dat het niet het belangrijkste is dat wij op onze wenken worden bediend. Dat het wel het belangrijkste is dat onze gebeden dienstbaar mogen zijn voor Gods plan. God is getrouw, Zijn plannen falen niet! Wij keren het vaak om. Wij denken dat wij de architect zijn. Wij ontwerpen een plan. En we benoemen de Heere God tot uitvoerder van onze plannen. Het gaat er om dat wij leren: God is de grote Architect! En Zijn plannen, met ons, met onze kinderen, gaan vaak uit, boven denken en bidden!

Laat Hem besturen, waken.
't Is wijsheid wat Hij doet.
Zo zal Hij alles maken,
dat gij u verwonderen moet.
Als Hij Die alle macht heeft,
met wonderbaar beleid,
geheel het werk volbracht heeft,
waarom u thans nog schreit!
                       
ds. F. Wijnhorst 
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Meditatie Romeinen 8:34b
….Die ook voor ons pleit. 

Wat koop je daarvoor?!
Jezus gaat naar de hemel…. Wat koop je daarvoor, zei die ene catechisant. Jezus in de hemel….. Nou en?! Voor Hem is dat de heerlijkheid! Dik verdiend na dat zware lijden! Kan Hij uitrusten. Fijn voor Hem. Daar ben ik ook wel blij om. Maar verder… Wat word ik daar wijzer van? Wat koop ik daarvoor?! Toen was er die andere catechisant. Die gaf dat onvergetelijke antwoord. Jezus in de hemel… Daar koop je niets voor! Daar krijg je heel veel voor. Je mag weten; ik heb een Heiland, Die leeft om te bidden!

Een climax
Die ook voor ons pleit. Dat is geen terloopse opmerking van Paulus. Zo even tussen neus en lippen door. Een stukje bladvulling. Het is een climax. Een climax is een opeenvolging van steeds sterkere uitdrukkingen. Ik denk aan Kees. Die zei van z’n meisje: ze is lief. Meer nog: ze is een schat. Ze is een juweeltje. Nee, ze is mijn alles! Zo schrijft Paulus: Christus is het Die gestorven is. Ja wat meer is: Die ook opgewekt is. Die ook aan de rechterhand van God is. Die ook voor ons pleit.

Niet werkeloos
De gelovigen mogen weten: Jezus is niet werkeloos in de hemel. Hij zit niet met de armen over elkaar. Het is niet: uit het oog, uit het hart. Integendeel: Hij zet Zijn werk op een bijzondere wijze voort! Leefde Hij eens – 33 jaar – ons ten goede hier! Nu leeft Hij – altijd – ons ten goede dáár! Jezus zegt niet: Ik heb Mijn taak vervuld en nu na gedane arbeid, nu is het zoet rusten. Ik heb nu recht op pensioen. Of, om de kerkelijke term te gebruiken: Ik ga met emeritaat. Ik ben uitgediend! Als Jezus naar de hemel vertrekt dan is dat om dáár Zijn volgelingen verder van dienst te kunnen zijn.

Tegenwoordige tijd
Paulus schrijft niet: Die aan ons denkt! Of: Die ons als het nodig is te hulp komt! Of: Die ons nooit aan ons lot overlaat! Dat had Paulus ook allemaal kunnen schrijven. Maar hij schrijft: Die ook voor ons pleit. Daarmee drukt Jezus Zijn bijzondere zorg voor Zijn volgelingen op aarde uit. Die voor ons pleit. Dat is geen verleden tijd. Dat is geen toekomende tijd. Dat is tegenwoordige tijd. Daar is Hij ook vandaag mee bezig! Eigenlijk staat er in het Grieks: Die voortdurend, Die permanent voor ons pleit. Niet: zo nu en dan! Niet: als het Hem uitkomt! Niet: als Hij even tijd heeft! Nee, je kunt eigenlijk lezen: die 24 uur per dag voor ons pleit.

Overwinnaar
Op aarde maakt het nogal uit wie er wat vraagt. Is het een verliezer? Of is het een overwinnaar? Is de persoon in kwestie onbelangrijk? Of is ’tie vooraanstaand? Wie is Jezus, Die voor ons pleit? Dat is Hij Die aan de rechterhand van God is. Die omschrijving moet u goed begrijpen. Dat wijst niet op een plek. Dat wijst op een functie. Dat wijst op een koninklijke functie. Jezus ligt daar niet op de knieën. Als een smekeling. Het zit daar op de troon. ’t Is een pleidooi van de Overwinnaar!

Pro Deo
Jezus neemt het in de hemel op voor Zijn volgelingen. Hij doet een goed woordje. Op Hem mag altijd een beroep worden gedaan. Wat er ook is voorgevallen in ons leven! In ons land komt het wel eens voor dat een advocaat iemand niet wil verdedigen. De misdaad is te verschrikkelijk. Maar Jezus zal niemand Zijn diensten weigeren. Niemand die met oprecht berouw Hem in de arm neemt! En….omdat Jezus Zelf met Zijn bloed heeft betaald, helpt Hij gratis! Pro Deo! Tussen haakjes: Hij heeft nog nooit een rechtszaak verloren!

Vergeving
Als ik dus vergeving nodig heb, en dat heb ik nogal eens…. Als God Zelf met de vinger bij de letter van de wet mij aanklaagt, en ik heb geen been om op te staan…. Als ik alleen maar door de knieën kan gaan en kan smeken om genade…. dan mag ik weten dat Jezus voor mij pleit! Heerlijk! Vergeving! Niet doordat mijn schuld wordt verdoezeld. Niet doordat er allerlei verzachtende omstandigheden worden aangevoerd. Vergeving, dankzij Jezus’ voorbede!

Dezelfde
Jezus is nog precies Dezelfde als Hij was op aarde! Even bereidwillig! Even vol ontferming! Zie dan op Hem! Ik hef mijn ogen op naar de hemel.... vanwaar ik dag en nacht, bijstand, hoogste bijstand verwacht!
Want…

Aan Gods rechterhand gezeten,
zal Hij nimmer mij vergeten!
Maar bewogen met mijn lot,
Pleit Hij voor mij, steeds bij God!


ds. F. Wijnhorst
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Meditatie Efeze 3:20
Hem nu die bij machte is te doen ver boven alles wat wij bidden of denken…

Een verlanglijstje
Een verlanglijstje. Dat krijgen ouders nogal eens onder ogen van hun kleine kinderen. Als ze jarig zijn, bijvoorbeeld. Allerlei grote en kleine wensen worden via dat lijstje meegedeeld. Of het haalbaar is, of het betaalbaar is, daar wordt vaak niet bij stilgestaan. Kleine kinderen denken altijd groot van hun ouders. Groot van hun vermogen. Groot van hun mogelijkheden.

Een lofprijzing
Weet u wat geweldig zou zijn? Als er op zo'n lijstje niet alleen allerlei wensen zouden voorkomen, maar ook allerlei lofprijzingen. Als er niet alleen zou worden meegedeeld: ik wil heel graag dit hebben….of: u zou me een groot plezier doen met dat….Maar dat er ook zou staan: u bent een fijne vader, of: u bent een goede moeder, of: jullie zorgen uitstekend voor mij. Lofprijzingen. Goed spreken, groot spreken van je ouders! Wat zou dat fijn zijn!

Bidden
Bidden is meer dan alleen maar je verlanglijstje bij God op tafel leggen. Bidden is niet alleen vragen! Bidden is ook danken en loven. Bidden is ook aanbidden! In Efeze 3: 14 – 21 vertelt Paulus dat hij bidt en wat hij bidt! Je zou kunnen zeggen: hij dient bij God een verlanglijstje in. Wensen die hij heeft voor de christenen in Efeze. Maar voor alle duidelijkheid: het zijn niet alleen allerlei wensen! Hij eindigt met een lofprijzing!

Een machtige Vader!
Wat zegt Paulus over God? Hem nu, Die bij machte is te doen, ver boven alles wat wij bidden of denken. 't Is een lofprijzing! Tegelijk fungeert die lof ook als pleitgrond! Juist omdat God is, zoals Hij is, juist omdat Zijn macht en heerlijkheid onze stoutste verwachtingen overtreft, juist daarom mogen we ook grote dingen van Hem verwachten. Wat een wonder! Hoe vaak wordt er niet kleingelovig gebeden? 't Haalt toch niets uit! 'k Zal het toch wel niet krijgen! Paulus zegt: God is bij machte te doen wat wij bidden of denken! Hij kan alles, wat Hij wil. Wat zijn liefde wil bewerken, ontzegt hem zijn vermogen niet! Paulus gaat nog een stapje verder. Hij zegt: God is bij machte te doen boven wat we bidden of denken. Paulus gaat zelfs nog een stapje verder. Hij zegt: God is bij machte te doen ver boven wat we bidden of denken.

Zo zal Hij alles maken….
Paulus’ lofprijzing wil zeggen: vraag maar veel! Vraag maar alles! Wij bidden tot een God die bij machte is te doen! Geen God, Die slechts aanhoort! Geen God, Die maar laat tobben! Wij hebben een God, Die hoort! En… Hij is bij machte oneindig veel meer te doen dan wij bidden of denken.
Wat blijft er dan over? Verwondering! Aanbidding! Dat je zegt: dit had ik nooit kunnen denken, durven denken!

Laat Hem besturen, waken
’t is wijsheid wat Hij doet
Zo zal Hij alles maken,
dat gij u verwonderen moet!


Ds. F. Wijnhorst
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Meditatie Hebreeën 10:24 en 25b
En laten wij op elkaar letten door elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken.
...... en dat zoveel te meer als u de grote dag ziet naderen.


Vogels van diverse pluimage
Als je in de kerk komt, dan valt het direct op. Het zijn vogels van diverse pluimage. Wat er allemaal in de kerk zit? Zal ik eens wat noemen? Kakelende kippen. Prachtig zingende nachtegalen. Schitterend gevederde pauwen. Nieuws doorvertellende postduiven. Saaie huismussen. Kwekkende eenden. Napratende papegaaien Fleurig geklede parkieten. Hoe komen al die verschillende vogels bij elkaar in die grote kooi van de kerk? Dát is nu het unieke van de kerk! Daar zoek je elkaar namelijk niet uit! Daar word je aan elkaar gegeven! Iedere vogel, zoals hij gebekt is.

Broeders en zusters
God geeft ons aan elkaar als broeders en zusters. Natuurlijk niet om langs elkaar heen te leven. Zo van: ben ik mijns broeder hoeder?! Vandaar het appèl: laten we op elkaar letten! Hoe moet je dat invullen? Moet ik achter de geraniums zitten gluren wat een ander uitspookt? Helaas gebeurt dat soms in de omgang met elkaar. Dan letten we op elkaar met minder fraaie bedoelingen. Moet je hem zien, zeggen we dan met een toon van minachting. Moet je kijken wat zij heeft gedaan, met een toon van leedvermaak.

De bewogenheid van Christus
Als de schrijver oproept: laten we op elkaar letten, dan moet dat gebeuren met de liefde van Christus! Is het u wel eens opgevallen hoe Jezus naar mensen keek? Hij keek bewust naar mensen, waar een ander z’n neus voor ophaalde! Hij had oog voor mensen, waar een ander z’n hoofd demonstratief voor omdraaide! Hoe keek Jezus dan? Niet vanuit de hoogte! Niet met minachting! Niet veroordelend! Hij was vol innerlijke ontferming bewogen! De schrijver bedoelt dus: laten we op elkaar letten met hetzelfde hart en met dezelfde ogen als Christus, Die persé niet wil dat er ook maar één mens verloren gaat!

Samen gemeente zijn
Gemeentelid zijn is geen vrijblijvende zaak. Wij vormen samen één geheel. Wij vormen samen het lichaam van Christus. In dat lichaam kan geen lid worden gemist. Anders is dat lichaam verminkt. De leden van Christus’ gemeente lijken op een groep bergbeklimmers. Eén is ons voorgegaan! Eén is als eerste aangekomen! Dat heeft Hem wel bloed, zweet en tranen gekost. Dat heeft Hij zelfs moeten bekopen met Zijn leven. Maar Hij stond op uit de dood. Hij bereikte als winnaar de top. Dankzij Hem mogen wij – hopelijk met elkaar(!) – de bergtop halen. Als bergbeklimmers zien dat het voor eentje te zwaar wordt, dan wachten ze op elkaar. Ze laten eentje die valt niet aan z’n lot over. Ze willen niet dat er eentje achter blijft. Dat is geen sociale controle. Geen bemoeizucht. Dát is samen gemeente zijn!

Aanvuren tot liefde en goede daden
Als er sprake is van onoplettendheid, van onverschilligheid, van onbewogenheid, dan wordt het heel kil in de gemeente. IJskoud! Dan loop je het gevaar van onenigheid, van jaloezie, van haat, van nijd. Maar als je op elkaar let, van harte, dan gaat de gloed van de liefde branden! Dan krijg je een uitslaande brand van goede daden. Als je hoort dat iemand ziek is, als je merkt dat iemand eenzaam is, als je in de gaten hebt dat er zorg is in een gezin, dan lokt dat je uit tot een briefje, een telefoontje, een bezoekje, om de ander te bemoedigen! Om zo elkaar te laten merken dat je meeleeft! Niet om door de mensen gezien en geprezen te worden. Niet om de voorpagina van het kerkblad te halen. Als je het daarvoor doet, heeft het geen enkele waarde! Laat je licht zo schijnen voor de mensen, dat zij jouw goede daden mogen zien en je Vader, Die in de hemel is, mogen verheerlijken!

Hij komt!
Laten we op elkaar letten, want…de dag van Jezus’ wederkomst komt eraan!
Dát gebruikt de schrijver als laatste, indringend appèl om naar elkaar te blijven omzien. Om liefde te betonen. Om goede daden te verrichten. We weten uit de Bijbel: in de eindtijd zal de liefde van velen verkillen. Het egoïsme zal hoogtij vieren. Het ‘ik’ tijdperk. We weten ook uit de Bijbel: in de eindtijd zal er verval zijn. Satan weet dat hij nog maar een korte tijd heeft. Hij wil ons laten afhaken! Daarom: heb oog voor elkaar! Er mag op die grote dag toch niemand gemist worden?!

Elk spoor’ de ander in de strijd,
tot liefde aan, tot dienstbaarheid,
tezamen biddend, wakend!

ds. F. Wijnhorst
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Meditatie Mattheus 21: 37
Tenslotte stuurde Hij Zijn Zoon naar hen toe… !

Vrede op aarde?
Straks zal het weer uit volle borst worden gezongen. Vrede op aarde! Maar kan je dat wel zingen? Daar zijn ruzies tussen buren. Daar is geharrewar tussen familieleden. Daar is onenigheid tussen collega’s. Vrede op aarde?! Wie de kranten leest, wie naar het journaal kijkt, die durft dat toch niet meer in z’n mond te nemen? Trouwens, ook binnen de kerken, waar je anders zou mogen verwachten, is vaak onenigheid. Elkaar bekritiseren. Elkaar verketteren. De onvrede neemt alleen maar toe. Alle vredespogingen ten spijt.

Oorzaak
Hoe komt dat toch, dat er zo weinig vrede is te zien? Laten we er niet omheen draaien. Al die haat en nijd, al die ruzies en dat geharrewar, al dat geweld en die oorlogen, ’t is allemaal een gevolg van het feit dat we God de oorlog hebben verklaard. Het is allemaal een gevolg van de grootste opstand aller tijden in het paradijs. Vijanden van God, dát zijn we geworden. En daardoor vijanden van elkaar. En capituleren ligt ons niet! Tenzij…..God ons te sterk wordt!

Vredesvoorstel!
Hoe doet hij dat? Door ons te overweldigen? Door ons onschadelijk te maken? Nee, door ons vrede aan te bieden! Een vredesvoorstel op ongelofelijke voorwaarden! Nu word ik benieuwd, want u weet zelf wel hoe moeizaam die vredesonderhandelingen altijd verlopen. Dat is altijd een eindeloos trouwtrekken over voorstellen en voorwaarden. God doet een vredesvoorstel met voor ons zeer gunstige voorwaarden! Tegelijk moeten we zeggen: het is Gods ultimatum. Gods laatste aanbod. Het laat zien dat het God ernst is. Maar het laat ook zien dat God van harte bereid is om tot het uiterste te gaan.

Gods reactie
Iemand hoeft ons maar één keer lelijk te behandelen, iemand hoeft ons maar één keer op het hart getrapt te hebben en hij heeft het voorgoed verbruid. Wij willen niets meer met hem te maken hebben. We zinnen op wraak. En God? God zendt Zijn Zoon! Dat is Zijn vredesvoorstel. Verder kan Hij niet gaan. Verder zal Hij niet gaan! Tenslotte…!! Dat is Gods laatste aanbod. Gods ultimatum. En wat moeten wij doen? Onze wapens neerleggen. Capituleren. Door de knieën gaan voor zo’n liefdevolle God! Een overgave van je hart en je leven! Vragen: wat wilt U dat ik zal doen? Zeggen: tot Uw lof en dienst bereid! Dan ontvang je in je hart een vrede die het verstand te boven gaat!

De gevolgen
Soms wordt er tijdens de kerstdagen een tijdje niet gevochten. Een kerstbestand. Daarna gaan de gevechten gewoon op oude voet verder. Wie knielt voor deze God, die mag weten: de vrede met God is duurzaam! Die geldt heel ons leven! Die geldt ook in het uur van onze dood. En die vrede zal vruchten afwerpen in het leven van elke dag. Dan zorgt de Heilige Geest dat er werkelijk ontwapening komt. Dan wordt die ruzie bijgelegd. Die kapotte verhouding herstelt. Dan worden we persoonlijk vredestichters. Dan mogen we tekenen zien van het vrederijk dat eens in volle heerlijkheid zal doorbreken!

Ja, vrede zal op aarde dagen.
God heeft in de mens behagen!
Zalig die naar vrede vragen,
Jezus geeft die, hoort Zijn stem!

ds. F. Wijnhorst
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Meditatie Hebreeën 10: 25a
Laten wij de onderlinge bijeenkomst niet nalaten…..

Of je zonder de kerk geloven kunt? Natuurlijk, wat dacht u!
Je komt ze overal tegen: mensen die nooit meer naar de kerk gaan, maar beslist nog wel geloven.

Neem nu mijn overbuurman.
Hij gaat zondags nooit naar de kerk.
Hij slaapt uit. Hij drinkt rustig een kopje koffie met z’n vrouw.
Hij wandelt langs de Oosterschelde als het weer het toelaat.
Reken maar dat die zondag voor hem een echte rustdag is!

Trouwens, ik heb hem nooit horen schelden of vloeken.
Ik heb hem nooit dronken gezien.
Ik weet uit betrouwbare bron dat hij voor de kankerbestrijding een flink bedrag geeft in de collectebus.

Denk je nou echt dat hij ongelovig is geworden sinds hij niet meer naar de kerk gaat?
Geen sprake van! Hij bidt nog altijd voor het eten.
Hij leest zelfs af en toe uit de Bijbel.
Hij wil, als het op zondag regent, ook wel eens kijken naar ‘Nederland zingt’.
Nee, ik weet het zeker: je kunt ook wel geloven zonder de kerk.

Toch wil ik graag nog wel één kanttekening maken.
Zou je ook kunnen blijven geloven zonder de kerk?
Denk je nu echt dat je dat volhoudt, een leven lang: geloven zónder de kerk?
Wil je nu echt beweren dat de kinderen van mijn overbuurman ook nog wel zullen geloven?
Verwacht je nu werkelijk dat zijn kleinkinderen nog zullen weten wie Jezus was?

We hebben de kerk nodig. Broodnodig. Ik weet best dat je een tijdje zonder brood kunt leven.
Maar dat moet niet te lang duren. Anders ben je dood. Morsdood.
Wil je geloof in de hemelse Vader niet verschralen, wil je hoop in de blijde toekomst niet verschrompelen, wil je liefde tot de medemens niet vermageren, dan moet je in de kerk zijn.
Dáár wordt je geloof, hoop en liefde gevoed.
U hebt gelijk: je kunt best geloven zonder de kerk.
Maar of je zonder de kerk ook kunt blijven geloven?
Dat geloof ik niet!

ds. F. Wijnhorst
 
terug